Ontwerp gezamenlijke tuin de Omscholing

Ontwerp gezamenlijke tuin de Omscholing
Ontwerp Tuinatelier Herman & Vermeulen

maandag 21 december 2015

dinsdag 1 december 2015

Snoeien in de winter


Er zijn tuinders met snoeiangst maar ook met knipdrang. Tuinders met snoeiangst zijn bang dat ze hun planten of bomen doodmaken door een verkeerde behandeling. Mensen met knipdrang daarentegen lopen het liefst met een snoeischaar door de tuin en knippen alles af wat maar uitsteekt.  De meeste heesters en bomen zijn dol op een knipbeurt, niet voor niets luidt het gezegde: “snoeien doet bloeien”. Maar is dat altijd zo?

Huilende bomen

Bij sommige planten geldt “snoeien doet bloeden”. Deze ‘huilende’ soorten kun je dan ook het beste snoeien als ze in rust zijn, dat wil zeggen als de opwaartse sapstroom is gestopt. Onder de huilers vallen de ABC-bomen: A staat voor Acer (esdoorn, Japanse esdoorn, Maple Leaf), de B voor Betula (berk) en de C voor Carpinus (haagbeuk). Verder zijn maar ook de Juglans (notenboom) en de Vitis (druiven) gevoelige en huilerige types.



Het advies is om deze bomen in de zomer te snoeien, als ze bladeren hebben, bijvoorbeeld in juni. Bladeren hebben door de natuurlijke verdamping in de zomer vocht nodig. Dit vocht zuigen ze als het ware aan, vergelijkbaar met het drinken uit een rietje. Deze zuigkracht of verdampingsstroom heft de worteldruk op. Notenbomen kun je beter na de oogst snoeien als dat nodig is. Voor druiven is tussen kerst en nieuwjaar een goede tijd om te snoeien.

Veel bomen worden traditioneel gesnoeid in de wintertijd. Dit heeft vooral te maken met de drukke periode van hoveniers, in de lente en zomer is er gewoonweg geen tijd voor. Het grote voordeel van snoeien in de winter is dat er geen blad aan de bomen zit, de structuur van het takkengestel is beter te zien en de takken zijn minder zwaar.



Hoe snoei je een druif

Druiventrossen groeien op nieuwe uitlopers, op eenjarig hout, de oude mogen er dus af. Een mooie druif heeft meestal één tak omhoog, de harttak of stam. Vanuit deze verticale harttak groeien weer horizontale uitlopers, die noemen we leggers en binden we meestal vast aan een draad of aan de dakgoot. De afstand tussen twee leggers moet wel 40 of 50 cm zijn, dus beperk het aantal leggers. In de winter knip je de takken die uit de leggers zijn gekomen af op twee of drie ogen (groeipunten of knoppen).  Er blijft dus alleen een soort stompje staan, dit noemen we een stift. De leggers worden uiteindelijk steeds dikker en mooier, net als uw druiventrossen.

dinsdag 20 oktober 2015

Bollen in bakken

Het is weer tijd om bloembollen te planten. Ieder jaar zie ik er weer tegenop; in de miezerregen op mijn knieën door de tuin, kuiltjes hakken in de dichte kleilaag. Als ik de foto's bekijk van de explosie aan kleur in de lente dan weet ik dat ik ook dit jaar weer aan de slag ga.

Je kunt het jezelf ook makkelijk maken, door de voorjaarsbollen in emmers en bakken te plaatsen. Wat winterviolen erbovenop maakt het helemaal af. Deze bak is onderdeel van een beplantingsplan voor een romantische bostuin.


Wees niet kieskeurig; iedere bak, emmer of afwasteil met een paar gaatjes onderin is geschikt.


Door de bollen in lagen te poten passen er meer in. De grootste bollen eerst, laagje aarde erop en dan de volgende laag. 


De witte tulpen zijn Tulipa Fosteriana Purissima, de narcissen botanische Minnow, witte hyacinten, blauwe druifjes en een onbekende gele tulp.






woensdag 23 september 2015

10 planten voor natte kleigrond


Dit stuk verscheen eerder in het Groot Ho(e)fblad van Volkstuinvereniging Eigen Hof Rotterdam


Blij met klei?



De tuinen op Eigen Hof Rotterdam liggen op de kruising van de Overschiese Kleiweg en de Oude Kleiweg. De naam Cley wech is al heel oud, het schijnt dat de naam al in 1419 voorkwam (Bron: Stadsarchief). De naam is afkomstig van een hele oude route van Overschie naar Hillegers Berch. Deze route kronkelde door het oude moerasachtige veengebied en volgde een ingesleten geul tussen de Schie en de Rotte. Door afzetting van rivierklei bovenop de veenlaag is er een kreekrug ontstaan. Vanuit deze hoger gelegen kreekrug is men vervolgens het natte veengebied gaan ontginnen.



Voordeel van kleigrond


Veel van de tuinen op Eigen Hof bestaan dus uit een laag rivierklei op veengrond. Tuinieren op klei heeft voor- en nadelen. Klei bestaat uit hele kleine gronddeeltjes. In plaats van ronde korreltjes bestaat klei uit platte plaatjes die dicht op elkaar zitten. Die deeltjes zijn negatief geladen. Hiermee kunnen ze positief geladen deeltjes uit het grondwater aan zich binden. Dat is fijn want zo spoelen belangrijke mineralen, de positieve deeltjes, niet weg maar blijven ze in de grond zitten voor de planten. Dit maakt kleigrond dus zo vruchtbaar.

 

Nadeel van klei


Vanwege de vorm van de kleideeltjes spoelt water niet zo snel naar beneden. Dit maakt dat kleigrond bij langdurige regen zeik- en zeiknat blijft. Bij droogte wordt kleigrond juist weer keihard en ontstaan er scheuren en barsten in de grond. Doordat natte klei aan elkaar plakt is het zwaar om te bewerken en ook keiharde kleigrond bewerkt niet fijn. Daarnaast blijft kleigrond in het voorjaar langer koud en komen planten langzamer op gang.

Kleigrond verbeteren


Je kunt proberen om met grof zand en compost de grond luchtiger te maken. Dit zal je lang moeten volhouden, klei werkt zich steeds weer omhoog. Ook het strooien van kalk is een methode. De klei bindt zich aan de kalk en wordt daardoor losser en kruimeliger. Daarnaast kun je voor de winter de klei omspitten en hopen dat de vorst de hompen klei laat verkruimelen, maar ook dit werkt tijdelijk.

Planten die van klei houden

Je kunt natuurlijk ook kiezen voor planten die het goed doen in kleigrond. Dit zijn10 vaste planten die prima gedijen op kleigrond:

1.     Vrouwenmantel (Alchemilla mollis)
2.     Akelei (Aquilegia)
3.     Kruipend zenegroen (Ajuga reptans)
4.     Vlinderstruik (Buddleia davidii)
5.     Schoenlappersplant (Bergenia)
6.     Kornoelje (Cornus)
7.     Klokjesbloem (Campanula)
8.     Vingerhoedskruid (Digitalis)
9.     Rozen (Rosa)
10.  Fruitbomen (Malus en Prunus)

Vrouwenmantel (Alchemilla mollis)

Akelei (Aquilegia)

Vlinderstruik (Buddleia davidii)

Schoenlappersplant (Bergenia)

Kornoelje (Cornus)

Vingerhoedskruid (Digitalis)

Rozen (Rosa)

Fruitbomen (Malus en Prunus)

donderdag 2 april 2015

Het moestuintje van AH

Een Nederlandse supermarkt heeft 44 miljoen turfbakjes met groentezaden uitgedeeld bij de boodschappen. Een leuke actie. Veel mensen, wij ook, zijn enthousiast begonnen met zaaien en de vraag is: hoe staat het nu met het AH moestuintje?


Kiemblaadjes

Veel van de zaden zijn opgekomen. Door veel warmte (dicht bij de verwarming) en nog niet zoveel licht, zijn de zaailingen vooral hoog, slap en dun geworden, met van die ielige steeltjes. De eerste twee blaadjes die uitgekomen zijn heten kiemblaadjes of zaadlobben. Deze blaadjes zien er bij veel soorten hetzelfde uit. Pas nadat deze kiemblaadjes zijn gevormd komen de 'echte' blaadjes. Deze blaadjes kunnen ineens een hele andere vorm hebben. Zodra de echte blaadjes te voorschijn komen is het tijd om de zaailing in grotere potjes te zetten, of te verspenen.


Verspenen

De moestuinplantjes in de kleine turfpotjes staan natuurlijk veel te dicht op elkaar. Het is dus nodig om ze uit elkaar te peuteren om ze in grotere potjes te zetten. Doordat de AH zaden tussen papier geperst zaten (zaadmatjes) en deze nog niet helemaal vergaan waren, was het even lastig om de zaailingen of kiemplantjes zonder te beschadigen uit elkaar te peuteren. Wortels, bietjes en radijs houden er niet van om verpot te worden. Deze zaai je dan ook bij voorkeur meteen op de definitieve plek.



Wortelhals van de zaailing

De kiemplantjes kunnen nu ook wat dieper geplant worden, tot aan de wortelhals. De wortelhals is het deel tussen de eerste kiemblaadjes en de wortels in. Als je dit gedeelte onder de grond plant, dan kunnen er vanuit de wortelhals nieuwe wortels ontstaan. De lange slappe zaailingen staan nu een stuk steviger. Pak het kiemplantje bij het verspenen altijd alleen bij een van de blaadjes op, niet aan het steeltje. Met een potlood of iets dergelijks maak je een gaatje in een potje met potgrond. Voorzichtig laat je de wortels en een deel van de steel in het gaatje zakken, de blaadjes en een klein stukje van de steel (1 tot 1,5 cm) blijven boven de grond. Duw het gaatje voorzichtig dicht met je vingers. Niet schrikken, de zaailingen hebben even tijd nodig om bij te komen. Waarschijnlijk hangen ze een tijdje slap in hun nieuwe potjes voordat ze fier overeind komen.

Afharden

Met een plantenspuit kun je de aarde rondom de zaailing goed nat maken. De plant zelf hoeft echt geen plens water op z'n kop te krijgen. Geef ook niet teveel water, de planten gaan dan slap hangen en gaan uiteindelijk dood. De potjes met zaailingen kunnen vervolgens iets kouder worden gezet, dus niet meer vlak bij de verwarming. Door te veel warmte krijg je van die slappe, dunne plantjes met hele dunne stelen. Een lichte plek is wel heel belangrijk. Een goede plek is bijvoorbeeld onder een afdakje op een zonnige plek of in de bijkeuken. Af en toe kun je de plantjes overdag al even buiten zetten. Dan wennen ze aan wind en temperatuurverschillen. Dit heet afharden. Tot half mei kan het af en toe nog vriezen 's nachts. Voor veel zaailingen, zeker de aubergine en de basilicum is dat nog veel te koud. 




Wortelstelsel

In de grotere potjes zullen de wortels zich goed ontwikkelen. De kiemplantjes worden echte plantjes en de soorten die tegen kou (geen vorst) kunnen zoals sla, andijvie, spinazie en broccoli kunnen vervolgens naar de moestuin verhuizen of je zet ze in potten en bakken op het balkon of terras. Wacht met de aubergine, basilicum, courgette en tomaat nog even tot half mei (ijsheiligen). Nog geen moestuin? Kijk op de site hoe je een makkelijk moestuin kunt maken.

maandag 9 maart 2015

Anemone blanda | Oosterse anemoon

De Oosterse anemoon of Anemone blanda heeft een heel lief, klein bloemetje. De bloemen lijken wel wat op margrieten, met een vrolijk geel hartje. Ze zijn er in blauwpaars, wit en er zijn ook roze soorten. Deze kleine anemoon is een knolgewasje. De harde, zwarte knolletjes die je in de herfst poot lijken wel wat op dropjes of steentjes (of keutels). Het is niet goed te zien wat de boven- of onderkant is. De knolletjes een nachtje laten weken voordat je ze plant, kan helpen om ze een goede start te geven.



Laagblijvende bosplant

De Anemone blanda blijft heel laag. Eigenlijk is het meer een bodembedekker. Van nature is het een bosplantje, ze houden dus van wat vochtige grond, halfschaduw en kunnen prima onder bomen of struiken staan. Maar heel kieskeurig is de anemoon daar niet in. Ze doen het eigenlijk overal wel goed, ook in potten. Ze komen ieder jaar trouw terug.



Voorjaarsbloem

De Anemone blanda komt begin maart heel voorzichtig tevoorschijn. De kleine blaadjes zijn nog opgerold en daartussen zijn de knopjes al zichtbaar. Als de zon gaat schijnen verschijnt er een groen tapijt met heel veel bloemen. Het mooist zijn ze in grote groepen, dus koop ze groot in. Een hele mooie frisse combinatie is de Anemone blanda met het limoengroen van de Euphorbia (Wolfsmelk).


Verdwijnend loof

Na de bloei verdwijnt het loof weer onder de grond, om je volgend voorjaar weer opnieuw te verrassen.




Deze anemonen staan in de tuin 'De Omscholing'.




woensdag 4 maart 2015

Bloesemfeest | Peach blossom | Prunus persica

Op 3 maart viert men feest in Japan. Het feest heet Peach Blossom Day of Hinamatsuri. In Japan staat dan de Prunus persica ofwel de perzik- of nectarineboom in bloei. Op deze dag mogen Japanse meisjes vieren dat ze een meisje zijn. Ze doen dit door het huis te versieren met perzikbloesem (Momo no Hana) en door poppen op een rode loper op een trap te zetten.



Nachtvorst en bloesem
Voor ons klimaat bloeit de perzikboom eigenlijk te vroeg. De kans dat de rozerode bloesem bij een nacht vorst kapot vriest is groot. Voor vruchten kun je de boom het beste op een beschutte plaats in de tuin of in een kas zetten. De perzik of nectarine is net als de kers, abrikoos en de pruim een steenvrucht die wordt ingedeeld bij de rozenfamilie. 

Takje bloesem in een vaasje
In Japan is men dol op bloesem; na het feest van de Perzikbloesem op 3 maart volgt in april het feest van de Kersenbloesem (Hanami Matsuri). Ook zonder een echte perzik- of kersenboom kun je een bloesemfeestje houden. Gewoon door een takje van een sierkers, sierpruim of kerspruim in een vaasje te zetten. Ook een takje van het amandelboompje (Prunus triloba) zal in huis gaan bloeien. Zo haal je alvast de lente in huis.